Opgaven gestuurd werken en de Methode Duisenberg

Opgaven gestuurd werken en de Methode Duisenberg

Hoe zorg je dat je als raad zicht blijft houden op de ontwikkeling van een beleidsopgave?

Hoe weet je nu of het beleidsonderwerp zich in de goede richting beweegt en dat de gestelde beleidsdoelen haalbaar zijn?

Een cyclische analyse rond de begroting en het jaarverslag geeft de mogelijkheid om antwoord te geven op deze vragen. De methode Duisenberg is hierbij een instrument dat bij uitstek geschikt is om deze analyse uit te voeren.

De kern van opgaven gestuurd werken is dat je je richt op het realiseren van een maatschappelijke opgave. Hierbij inventariseer je de huidige situatie en stel je je wensbeeld als toekomstig doel op. Het verschil tussen de huidige en gewenste situatie is de opgave die gerealiseerd moet worden. Deze analyse voer je voorafgaand aan de realisatie uit, maar hoe hou je nu tussentijds grip op de ontwikkeling van de opgave? Hiervoor is de methode Duisenberg een nuttig instrument om te monitoren hoe de realisatie van de opgave zich ontwikkeld.

In de methode Duisenberg verdiepen raadsleden zich als rapporteur in de begroting of het jaarverslag. Dit doen ze aan de hand van de volgende zes vragen:

  1. Wat is het beeld van het beleidsterrein op hoofdlijnen?
  2. Welke doelen zijn behaald?
  3. Welke prestaties zijn geleverd?
  4. Wat heeft het gekost?
  5. Wat is het oordeel over de rechtmatigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid?
  6. Welke conclusies en aanbevelingen heb ik als rapporteur?

Diverse gemeenten experimenteren momenteel met deze methode, zoals de raad van Utrecht. Daar zijn dit voorjaar aan de hand van het jaarverslag voor de programma’s Jeugd en Duurzaamheid rapportages opgesteld. De conclusies waren dat de raadsleden zien dat informatie ontbreekt in het jaarverslag om een goed onderbouwde uitspraak te kunnen doen over het al dan niet behalen van de beleidsdoelen, al lijken deze doelen wel veelal gehaald te worden.

Het interessante was dat bij de behandeling van de rapportages het debat als vanzelf richting de stand van het beleid ging. De methode Duisenberg draagt er zo aan bij dat raadsleden zich niet genoodzaakt zien om incidenten te behandelen, maar handvatten krijgen om de strategische ontwikkeling van het beleidsprogramma te beoordelen en te sturen. Hierdoor ontstaat er bij de raadsleden meer grip op het realiseren van een maatschappelijke opgave!

Klik hier om de rapportage en de behandeling van de rapportage in de Raad van Utrecht te zien.

Deel dit via social media:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *